Veiligheidspact – Eten en ontmoeten

Een tijd geleden werden Channa Al en ik door de samenwerkende organisaties van het Veiligheidspact  gevraagd om twee dialoogbijeenkomsten te organiseren. Een voor jongeren en een voor ouderen. De gemeente Amsterdam gaf voor deze gelegenheid subsidie om de verschillende groepen mensen bij elkaar te brengen.

met-channa

In november organiseerde wij het evenement voor de jongeren in samenwerking met Crea. Rondom het thema partnerkeuze en discriminatie hebben we de film Arranged gekeken. Daarna hebben we in kleinere groepjes gepraat over verschillende vooroordelen over seksualiteit in de diverse gemeenschappen.

Deze week was het tijd voor het evenement van ouderen. In samenwerking met Rudi de Vries van Bagels and Beans op de Parnassusweg in Amsterdam organiseerden wij een ontmoeting met 55+ers van diverse afkomsten rond het thema eten. Meer dan veertig ouderen van onder andere Joodse, Marokkaanse, Turkse en Nederlandse afkomst kwamen samen.

dialoog

We begonnen met een “speeddate” evenement. We hadden tweetallen gemaakt die tien minuten hadden om samen te praten rondom een door ons gestelde vraag over hun lievelingsgerechten of belangrijkste feestdag. Na tien minuten wisselden ze door en kreeg iedereen nieuwe vragen. Na drie rondes was het tijd voor het eten. Rudi had voor heerlijke bagels gezorgd, de Turkse delegatie had gezorgd voor baklava en wij hadden koshere hapjes gehaald.

Na de maaltijd werden de deelnemers verdeeld in groepjes waarin ze moesten praten over hoe hun ervaring de jongere generaties kon helpen. Deze tips schreven ze vervolgens op het tafelkleed. Het was erg moeilijk om ze tussendoor stil te krijgen, zo gezellig was het!

blad

Al met al kijken Channa en ik terug op een zeer geslaagde avond. Heel inspirerend om erbij aanwezig te mogen zijn.

Orthodoxie versus Radicalisme

tilburg-2

17 en 18 januari organiseerde de Universiteit Tilburg een congres over orthodoxie versus radicalisme.  De insteek was dat bij fundamentalisme geen ruimte was voor pluralisme en binnen de orthodoxie wel. Verschillende wetenschappers en docenten gaven hun visie op dit onderwerp. In het congres was er uitgebreid aandacht voor zowel de theorie als de praktijk. Zo sprak Umar Ryad over fundamentalistische stromingen binnen de islam en vertelde Marcel Poorthuis over fundamentalisme in het christendom.

tilburg-4

Ik mocht op de eerste dag wat vertellen over orthodoxie versus fundamentalisme binnen het Jodendom. Kernpunten van mijn verhaal waren dat a. “het ” Jodendom niet bestaat en b. dat dé manier om fundamentalisme tegen te gaan de dialoog is. De kern van het Jodendom zijn de boeken ( TeNaCH, Misjna, Talmoed) en de traditie daaromheen. Het bestuderen van deze teksten kunnen echter andere conclusies naar boven laten komen. Zelfs in de Misjna ( 300 na Chr.) vind je al verschillende ideeën van geleerden.

tilburg

Door de dialoog aan te gaan binnen en buiten het Jodendom kan je het weinige fundamentalisme dat er wel is tegengaan. Met programma’s als Leer je Buren Kennen kan je laten zien dat groepen zoals de Naturei Karta  of aan de andere kant van het spectrum de Temple mount movement maar een kleine groep vormen. Vragen en gesprekken met “de ander” geven ruimte en duidelijkheid over het feit dat er niet 1 waarheid is maar meer waarheden. Zolang je elkaar maar respecteert.

 

 

Joden en Seks

Voor de serie over religie en seks op NieuwWij.nl interviewde Chantal Suissa mij over Seksualiteit in het Jodendom. Hieronder de tekst:

Hoe kijkt het Jodendom volgens jou in het algemeen aan tegen seksualiteit?
“Voor je deze vraag kunt beantwoorden is het belangrijk te benoemen dat er diverse vormen van Jodendom zijn. Van ultra-orthodoxe groepen tot liberalen, die seksualiteit op hun eigen manier beleven. Als je echter naar de heilige teksten (Tora, Talmoed, etc.) kijkt, wordt er bijzonder positief naar seksualiteit gekeken. Hoewel seks primair voor de voortplanting is, wordt het belang van genot ook benadrukt. Alleen als je goede, uitbundige seks hebt komt de sjechina, een extra goddelijke aanwezigheid, in je huwelijk. Ook staat het orgasme van de vrouw voorop. Als de vrouw geen goed seksleven heeft, mag ze een scheiding aanvragen van haar man.”

Zijn er ook taboes? Zo ja welke?
“Dit verschilt per stroming. Traditioneel gezien is seks buiten het huwelijk taboe. (Mede) hierom is homoseksualiteit ook niet toegestaan. Een andere reden hiervoor is dat je het zaad niet mag verspillen. Bij het liberale Jodendom is homoseksualiteit echter wel toegestaan. Zo bestaat er de Brit Ahava, het verbond van liefde, dat geldt als een joods homohuwelijk. Ook hebben de meeste jongeren wel seks voor het huwelijk en wordt daar ook niet moeilijk over gedaan.

Een ander taboe in het traditionele jodendom is seks tijdens de menstruatie van de vrouw en in een periode van 7 dagen daarna. De vrouw moet na deze periode in het rituele bad, het mikwe, pas daarna mag ze weer seks hebben met haar man. Dit vanwege de reinheidswetten.  In de praktijk betekent dit dat je de helft van de maand geen seks hebt. Dit zou o.a. zijn om je huwelijk “vers”te houden. Seks blijft zo iets bijzonders. De tijd waarin je wel seks mag hebben wordt dan specialer en het verlangen wordt opgebouwd. In de praktijk zijn er niet, buiten de orthodoxie, niet heel veel Joodse vrouwen die zich hieraan houden.

Zijn er ook aanbevelingen? Zo ja welke?
“Zeker, allereerst moet seks leuk en bevredigend zijn. Beide partners zouden ervan moeten genieten en het mag alleen gedaan worden als beide partners het willen. Wel staat in de Misjna, dat je als man seks maar een beperkte tijd mag weigeren. Hierna moet de man de vrouw een boete betalen…

Als beide partners seks willen is alles mogelijk zolang er maar geen zaad verspild wordt. Het is juist een aanbeveling om nieuwe dingen te proberen en niet alleen klinisch voor de missionaris houding te gaan. Vooral op de sjabbat  en in het bijzonder vrijdagavond, wordt het hebben van intimiteit en seks warm aanbevolen. Joden geloven dat de Sjechina (aspect van het goddelijke) dan aanwezig is en deze intimiteit dus een extra bijzondere betekenis heeft. Ook als er geen kinderen( meer) gekregen kunnen worden wordt seks aanbevolen.”

Waarin verschilt de visie op seksualiteit binnen het Jodendom met die van het christendom en de islam?
“In alle tradities draait seks voornamelijk om voortplanting. “Gaat heen en vermenigvuldigt u”. Binnen het Jodendom is er echter veel minder dan bij de andere godsdiensten een taboe op seks. Er wordt over gepraat, ook bijvoorbeeld in de voorbereiding op het huwelijk. Je gaat dan zitten met de rabbijn of de vrouw van de rabbijn en krijgt lessen over wat wel en niet kan en mag. Een ander groot verschil zijn mijns inziens de rechten van de vrouw. Zij mag (natuurlijk binnen redelijkheid) altijd weigeren en haar genot staat voorop. Een man moet altijd eerst denken aan haar genot en dan pas aan dat van zichzelf. Binnen andere geloven kan de vrouw niet altijd weigeren en lijkt haar genot minder voorop te staan.”

Wat weet jij van het gerucht over ultra-orthodoxe Joden, die het door een gat in een laken zouden doen?
“Dit is een zeer hardnekkige, stigmatiserende mythe, die geen basis kent in de realiteit. Natuurlijk zullen er in de strikt orthodox Joodse gemeenschappen meer gevoeligheden zijn rondom seksualiteit, omdat er in het dagelijks leven misschien meer scheiding is tussen de seksen. Maar ook binnen de strikte orthodoxie neemt naast voortplanting, genot een belangrijke plaats in. En een laken met een gat is daarbij weinig stimulerend of aanbevelenswaardig.”

Wat zijn de rechten en plichten van de vrouw en de man?
“Volgens de traditionele lezing moet de vrouw zichzelf aantrekkelijk houden voor haar man. Zij moet ervoor zorgen dat hij niet afgeleid wordt en tijdens de seks en aan andere vrouwen gaat denken. Ook is zij verantwoordelijk voor haar eigen “reinheid” dus het in de gaten houden wanneer ze ongesteld is en in het rituele bad moet.

Haar rechten zijn dat ze altijd recht heeft op seks en op een orgasme. Als zij wil moet de man het haar in principe, naar redelijkheid, geven. Andersom mag zij makkelijker weigeren. Het gaat zelfs zo ver dat in de Misjna een hele uitleg staat over welk beroep een man moet hebben om het langst seks te mogen weigeren en dat als een man bijvoorbeeld schipper wil worden en dus lange tijd van huis is, hij toestemming daarvoor moet vragen aan de vrouw. Hoe minder zwaar een beroep fysiek is, des te hoger de aangeraden seksuele frequentie volgens de Misjna.”

Is seks een zonde in het Jodendom of juist absoluut niet?
“Seks binnen het huwelijk is absoluut geen zonde. Seks is iets wat gevierd moet worden en het huwelijk sterker maakt. Er moet van genoten worden en is belangrijk. Seks buiten het huwelijk wordt traditioneel gezien afgekeurd. Al is in het “moderne” Jodendom ook seks buiten het huwelijk niet uitzonderlijk. Zoals een rabbijn ooit tegen mij zei: “Je moet wel weten of het ook op dat gebied klikt voor je met elkaar trouwt.”

Hoe zit het met homoseksualiteit?
“Traditioneel wordt homoseksualiteit afgekeurd in het Jodendom. Er staat in de Tora, dat je niet mag liggen met een man zoals je met een vrouw ligt. Ook is er een verbod op het verspillen van zaad. (hierom zou je misschien kunnen concluderen dat lesbische vrouwen wel in de lijn van de Tora vallen?) Binnen het orthodoxe Jodendom wordt dit nog gevolgd en is homoseksualiteit officieel afgekeurd. Wel zijn mij een aantal openlijk homoseksuelen bekend, die een functie vervullen in de orthodoxe gemeenschap, zonder dat daar moeilijk over gedaan wordt. Dit verschilt ook weer per orthodoxe gemeente.

Binnen het liberale Jodendom is homoseksualiteit geen probleem. Er zijn meerdere openlijk homoseksuele leden, er is een lesbische rabbijn en sinds enkele jaren is er ook een ‘Brit Ahava’, vrij vertaald: het verbond van liefde, een vorm van homohuwelijk.”

Het boek “Kosher Sex” van de orthodoxe Amerikaanse Rabbijn Boteach was een hit, wat is hier zo vernieuwend aan?
“Het algemene beeld van Joden en seks is helaas vaak de mythe van het bovengenoemde laken. Seks zou iets vies en zondigs zijn wat alleen nut heeft voor de voortplanting. Boteach verbreekt dit beeld geheel en beveelt juist een uitbundig seksleven aan. Hij benadrukt hoe belangrijk het seksleven is voor het behoud van een gezond huwelijk. Dit is in principe niet vernieuwend want het valt te lezen in de oude teksten. Het is alleen vernieuwend dat een orthodoxe rabbijn dit zo openlijk, in de media, promoot. Juist vanwege het negatieve beeld wat er bestaat over Joden en seks.”

Wat is de link tussen spiritualiteit en seks in het Jodendom?
“Seks wordt in de teksten beschreven als een spirituele ervaring. Het brengt mensen nader tot elkaar. Zonder seks krijg je de sjechina, de goddelijke aanwezigheid, niet in je huwelijk. Het wordt gezien als de beste benadering van de beleving van verbinding met het goddelijke.”

Wat kunnen we leren van het Jodendom voor ons eigen seksleven?
“Ik denk dat we hiervan kunnen leren hoe belangrijk oprechte intimiteit en seksualiteit is in een relatie. Door seks kom je nader tot elkaar en leer je elkaar op een geheel ander niveau kennen. Het werkwoord in de Tora voor ‘ leren kennen’ in het Hebreeuws betekent niet voor niets tevens ‘de liefde bedrijven’. Seks draait niet alleen om voortplanting maar juist om het verkrijgen van die diepere band. Het is iets moois, iets heiligs, niet iets vies.”

Wat vind je persoonlijk mooi aan hoe het Jodendom met seks omgaat en wat staat je hieraan tegen?
“Ik vind het heel mooi dat de vrouw zoveel rechten heeft in het Jodendom. Zij wordt beschermd als zij niet wil of niet kan en haar genot staat centraal. Het is bijzonder dat dit zo benadrukt wordt in teksten die geschreven zijn in een tijd waarin een vrouw toch minder belangrijk en zelfs ondergeschikt aan haar man was.

Moeilijk vind ik nog de problemen met homoseksualiteit binnen het traditionele en orthodoxe Jodendom. Voor mij is liefde tussen twee volwassen beschikbare mensen nooit fout. Ik denk dat iedereen zichzelf zou moeten kunnen zijn, ook en misschien wel juist op dit vlak.”

Dit artikel verscheen eerder op : http://www.nieuwwij.nl/interview/joden-en-seks-vragen-nooit-durfde-stellen-en-meer/

 

Gastvrijheid?

Afgelopen jaar ben ik lid geworden van de dialoogcommissie van de LJG Amsterdam. Omdat ik al lange tijd actief ben bij dialooggroepen zoals Mo en Moos en mijn eigen bedrijfje heb in het organiseren van dialoogbijeenkomsten,  leek het me leuk en belangrijk om dit ook vanuit de LJGA te gaan doen.

Als je in de dialoog wereld werkt merk je dat er diverse gevoeligheden spelen. Binnen je eigen gemeenschap is er de angst voor het binnenlaten van de ander. Bij veel Joodse mensen heerst er, soms helaas reële, angst voor zowel de fysieke als de spirituele veiligheid. Accepteert de gast wel onze gewoontes? Ook bij andere groepen is er angst. Kan je wel jezelf blijven? Geven ze door het langskomen in onze gemeenschap niet een signaal af dat ze het eens zijn met het beleid van Israël?  Belangrijk bij dit soort angsten is elkaar in de ogen te kijken, de wederzijdse angsten uitspreken en met elkaar in gesprek gaan over hoe reëel die angsten zijn. De angsten voor jezelf houden of alleen uitspreken binnen je eigen gemeente heeft nooit zin.

Veel mensen  die voor de dialoog zijn zien de oplossing in gastvrijheid : “de ander” bij je thuis uitnodigen en laten zien hoe aardig je eigenlijk wel niet bent. Gastvrijheid werkt volgens mij echter alleen als je ook zelf de stap kan zetten om gast te zijn. Als je enkel de gastheer of vrouw bent bekijk je de wereld vanuit je eigen “verheven” positie. Je verwacht van de gasten dat ze zich aanpassen aan jouw normen en waarden. Als dit niet gebeurt voelen sommige mensen zich beledigd. Gedeeltelijk begrijpelijk maar vaak is de reden voor deze weigering minder storend dan wat je in je hoofd bedenkt.

Als je jezelf in de rol van gast stelt, de ondergeschikte als het ware, kan je beter invoelen hoe het is om kwetsbaar te zijn. Je wordt gedwongen om je eigen normen en waarden onder een loep te leggen. Door te zien hoe anderen het doen kan je nieuwe dingen leren over jezelf. Het is dan ook prachtig dat diverse leden van onze gemeenschap aanwezig waren bij de dialoogseider afgelopen april. Dit gaf ze een gelegenheid om mensen van andere levensbeschouwingen te zien. Maar wel in een sfeer waarin de ander afhankelijk was van ons en onze gewoontes. Beter zou het zijn om zelf naar gelegenheden te gaan in andere gemeenschappen. Zoals een Iftar maaltijd in een moskee. Dan leer je over hun gewoontes, hun gevoeligheden en hun visie op het leven. Vaak merk je dat het helemaal niet zo eng is en dat de ander helemaal niet zo anders is…

Joden, moslims en homo’s komen samen in een moskee

Op een koude donderdag avond kwamen in de Al Kabir moskee aan de Weesperzijde drie groepen mensen samen die je niet zo snel samen zou verwachten. Joden, moslims, homo’s en andere deelnemers aan het Veiligheidspact kwamen samen om zich uit te spreken tegen antisemitisme, homofobie en islamofobie. Na een warm welkom in de moskee door Roemer van Oordt met een lekkere kom harira werden er drie speeches gehouden.

15-12-2

Imam Marzouk Aa, rabbijn Menno ten Brink en trainer Marten Bos vertelden waarom zij het belangrijk vonden dat avonden als dit vaker voorkwamen. Marzouk besprak dat in de islam respect voor de ander essentieel is. Menno haalde de speech van opperrabbijn van Engeland Jonathan Sacks aan die zei dat antisemitisme in een land vaak ook een teken is van andere problemen. Maar dat dat niet betekende dat je niet antisemitisme alleen moest wegwuiven. Een ander punt wat hij benadrukte is dat antizionisme meestal een vorm is van antisemitisme. De argumenten die tegen het zionisme worden gebruikt vallen vaak samen met de antisemitische argumenten.  Marten, als ambassadeur van verdraagzaamheid, legde de nadruk op wat hij juist niét verdraagt: haat, het uitschelden van mensen, discriminatie.  Na deze inspirerende speeches was het tijd om zelf aan de slag te gaan. De groep brak op in verschillende dialooggroepen waarbij we onder leiding van coaches van dialoog in Actie in gesprek gingen over onze ervaringen met discriminatie en haat.

15-12

Na het uitwisselingen van ervaringen werd de nadruk vooral gelegd op hoe we dit konden verhelpen. Men was het er vooral over eens dat voorlichting erg belangrijk is. Al op de basisscholen moet er informatie worden gegeven over “de ander”. Door meer leraren te trainen in het begeleiden van gesprekken in de klas kunnen deze dat ook beter onder de knie krijgen.  Al met al een hele inspirerende avond waarvan er hopelijk nog veel zullen volgen.

Dit artikel verscheen ook in de nieuwsbrief van het Verbond van Liberale Joden

Joodse en Islamitische leerlingen leren samen

Joden en moslims, het blijft een lastig onderwerp. Als je de media moet geloven is er alleen maar haat en nijd tussen beide groepen, vooral gebaseerd op het onderwerp Palestina-Israël.

 

naamloos

Het kan echter ook anders. De Liberaal Joodse gemeente Amsterdam en de Amsterdamse Al Kabir moskee hebben al jarenlang een goede verstandshouding. Imam Marzouk heeft in de LJG gepreekt en rabbijn Menno ten Brink in moskee.  Ook zijn er al meerdere dialoogevenementen geweest. Dit is allemaal erg belangrijk maar de toekomst ligt bij de jeugd. Hierom zijn afgelopen zondag twee klassen van het liberaal joods onderwijs, onder leiding van Anne-Maria van Hilst, langsgegaan bij de klassen van het islamitische onderwijs in de al kabir moskee.

Al vanaf het begin was het welkom erg warm. Voorzitter Mohammed Echarrouti begroetten de kinderen en alle aanwezige leden van de Al Kabir maakten duidelijk dat ze het fijn vonden dat we er waren en in gesprek wilden gaan. Door op jonge leeftijd al het contact op te zoeken kan je op latere leeftijd vooroordelen vermijden. De ander is niet meer eng maar heeft een gezicht.

 De leerlingen keken elkaar in het begin nog wel wat onwennig aan maar toen we in twee gemengde kringen gingen zitten verdween dit al snel. Er bleek veel wederzijdse interesse te zijn. De vragen vlogen over en weer. Zo vroeg een leerlinge van de LJG zich af waarom niet alle meisjes een hoofddoek droegen. Een leerlinge van de Al Kabir die geen hoofddoek droeg ging hier meteen uitgebreid op in en vertelde over het belang van de interne overtuiging en verandering die je moest hebben als je een hoofddoek ging dragen en dat zij daar nog niet aan toe was. Andere vragen gingen over geloof, eten en dagelijkse zaken zoals voetbal of bidden.

naamloos2

Bij de rondvraag aan het einde werd duidelijk dat de meeste leerlingen het interessant vonden en merkten dat we helemaal niet zo verschillend waren. Ze zaten op dezelfde sporten, ze hadden dezelfde hobby’s en kenden veelal dezelfde verhalen. Er werd ook meteen doorgekletst onder de leerlingen over allerlei andere onderwerpen. Al met al is dit zeker voor herhaling vatbaar. De leerlingen van de Al kabir werden door Rene Dotsch, Voorzitter dialoogcommissie LJG, meteen uitgenodigd voor een bezoek aan de LJG. Dit was een mooie eerste stap voor een veelbelovende samenwerking.

Dit artikel verscheen eerder op : http://www.nieuwwij.nl/opinie/joodse-en-islamitische-kinderen-leren-samen-moskee/

Haftara Jom Kippoer

Afgelopen Jom Kippoer mocht ik de Haftara doen in de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam. Hieronder de uitgesproken tekst:

 

Zoals rabbijn Menno ten Brink al besprak in zijn drosje ( praatje) voor Erev Rosh Hashanna gebeuren er tegenwoordig verschrikkelijke dingen in de wereld. Je kan geen krant openslaan, geen tv of computer aandoen zonder te horen over honger, dood en verderf. De hele wereld lijkt in vuur en vlam te staan en miljoenen zijn op de vlucht. Er staat steeds meer marechaussee voor de deur van sjoel en  deze week werd er zelfs nóg een extra hek  rondom het Cheider geplaatst. De meeste mensen trekken zich terug als ze dit horen, gaan in de eigen veilige groep en laten de “enge” buitenwereld niet toe.

De Joodse traditie leert ons echter wat anders. Ahavta lereacha kamocha : houd van je naaste als van jezelf. Je wilt zelf geholpen worden als je het moeilijk hebt, moet je dat dan ook niet voor anderen doen? Juist in tijden van nood? Velen staan hier met de Hoge Feestdagen wel bij stil. Ze kijken naar hun eigen tekortkomingen, vasten, geven misschien een donatie aan een goed doel en…. gaan na het aanbijten gewoon verder met hun oude gedrag.

Volgens de Haftara die we vandaag lezen, Jesaja 57:14-58:14,  is dit niet de bedoeling. We kunnen nu wel een dag braaf vasten, boete doen voor onze zonden, maar wat heeft het voor zin als we daarna weer verder gaan met ons oude gedrag?  Zou Hashem het echt zo belangrijk vinden dat wij een dag niet eten als wij ons de rest van het jaar onze medemensen laten sterven door honger en oorlog?

In de Haftara roepen mensen tot Hashem: Waarom helpt het niet dat wij een dag vasten? Als wij boeten doen, kunt u toch de rest van het werk afmaken? Hashem antwoordt echter door te zeggen: Nee! Zo makkelijk is het niet. De mens heeft een eigen verantwoordelijkheid gekregen en moet die ook nemen.

Nou hoor ik u zeggen: Moeten we niet eerst voor onszelf zorgen? Of: er is zoveel leed in de wereld, dat kunnen wij toch niet allemaal verhelpen? Inderdaad dat klopt, alles kunnen we niet doen. Natuurlijk zijn er grenzen, zeker waar het over onze veiligheid gaat, maar heeft de Tora ons niet geleerd over Tikkoen Olam? Het herstellen van de wereld kan soms klein beginnen. Je kan een brood kopen voor de bedelaar buiten bij de Albert Heijn, een gesprekje aanknopen met een eenzame oude man in een bushalte. Het hoeft niks te kosten, alleen een beetje tijd en energie.

Een andere optie is je inzetten voor dialoog. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat er  veel problemen in deze wereld zijn door onbegrip. Wat een boer niet kent dat vreet hij niet. Bij mijn werk in de dialoog sfeer hoor ik verschillende vooroordelen over joden voorbij komen: we beheersen de wereld, we zijn demonen, we willen alleen maar oorlog. Maar ook wij, ook ik, heb(ben) vooroordelen. Juist die vooroordelen zijn gevaarlijk. Hoe hoger we onze muren bouwen om ons te beschermen tegen wapens, hoe meer kracht de vooroordelen krijgen. Door iemand uit te nodigen bij ons in sjoel of zelfs thuis kan je het gesprek aangaan en proberen deze vooroordelen weg te nemen.

Misschien zou uw bijdrage aan Tikkoen Olam dit jaar kunnen zijn dat u een keer bij een van onze vele dialoogbijeenkomsten komt? Kijk de ander die u zo eng vindt in de ogen. Misschien lukt het ons dan om de wens in de Haftara volgend jaar te vervolmaken: het herstellen van eeuwenoude gebouwen en het genezen van alle mensen. Be Ezrat Hashem…

De grenzen van verdraagzaamheid

  • Ver·draag·zaam (bijvoeglijk naamwoord; vergrotende trap: verdraagzamer, overtreffende trap: verdraagzaamst): “bereid andersdenkenden te verdragen; tolerant” (van Dale)
  • Grens (de; v(m); meervoud: grenzen): “denkbeeldige, scheidende lijn: een staatkundige grens; de grenzen overschrijden (of: te buiten gaan) te ver gaan”

Introductie

Nederland is een divers en multicultureel land. Vooral in de grote steden, zijn we een mengelmoes van culturen, etnische achtergronden, religies, en meningen. Het valt niet te ontkennen dat spanningen in de wereld – terreur, religieus radicalisme, economische onzekerheid – ervoor zorgen dat men steeds vaker met een scheef oog naar die diversiteit kijkt. Nederland roept voortdurend op tot meer tolerantie en verdraagzaamheid – ogenschijnlijk om de gemoederen te sussen – maar ook om dat deel van onze identiteit te benadrukken.

Want al eeuwenlang is Nederland trots op haar tolerante samenleving waarin iedereen kan zijn wie die is – homoseksueel, transgender, Jood, Moslim, VVD of SP. Maar is dit wel zo? Is Nederland wel zo verdraagzaam en tolerant als we ons voorhouden te zijn? Bovendien, wat is verdraagzaamheid eigenlijk, en is het wel iets wat we zouden moeten nastreven? Zitten er grenzen aan verdraagzaamheid, en zo ja, waar horen die dan te liggen? Zit Nederland aan de grenzen van haar verdraagzaamheid, nu ze zo getest wordt? Is verdraagzamer zijn de oplossing?

Om deze vragen te kunnen beantwoorden, moeten we terug naar de kern. Wat is verdraagzaamheid nu precies?

Verdraagzaamheid is een gecompliceerd begrip. Heel basaal verwijst het naar iets of iemand die verdragen wordt, en naar een persoon die de actie (het verdragen) uitvoert. Maar wat verdraagt iemand nu eigenlijk? Je zegt nooit: “ik verdraag de liefde van mijn partner”, of “ik tolereer het vinden van een goede baan”. Waarom klinkt dat zo gek? “Verdragen” zegt iets over de te verdragen persoon, of situatie.

Het spreekwoord “Als je wilt dat je kippen eieren leggen, dan moet je het kakelen verdragen” laat dit goed zien. Gekakel is niet bepaald prettig. ‘Verdragen’ geeft een inherent negatief oordeel over de persoon, situatie of het object dat verdragen wordt. Daarmee is ‘verdragen’ fundamenteel anders dan bijvoorbeeld verwelkomen. Je verdraagt een gezellige avond met vrienden niet, die verwelkom je. Op het eerste gezicht lijkt verdraagzaamheid dus een vorm van acceptatie, maar is het nèt niet.

Een land van melk en honing

Al sinds de late middeleeuwen zijn groepen die in andere landen vervolgd werden vanwege hun religie of afkomst, in Nederland welkom. Joden, Hugenoten en Katholieken kwamen naar Nederland om te genieten van onze tolerante samenleving, om vrij en veilig te zijn. Trots wordt er in de geschiedenisboeken beschreven dat mensen bij ons zichzelf mochten zijn.

Maar tussen waarheid en leugen ligt een glibberig pad. In het Protestantse Amsterdam bijvoorbeeld, waren Katholieke kerken alleen toegestaan als schuilkerk. Zo waren deze bijvoorbeeld gevestigd op de zolders van grachtenpanden, waarvan niemand officieel wist waar ze waren. Een 17de eeuws voorbeeld hiervan is nog steeds te bezichtigen in het museum Ons’ Lieve Heer op Solder. Ook Joden mochten hun synagogen bouwen en hadden zelfs hun eigen rechtssysteem. Desondanks mochten ze geen lid worden van gildes, moesten vooral niet teveel opvallen en konden ze alleen hulp verwachten uit hun eigen gemeenschap. Ze mochten fysiek wel in Amsterdam zijn, maar niet volledig deel uitmaken van de maatschappij. Daardoor werden Joden gedwongen om in zogenaamde ‘vrije beroepen’ te gaan werken, zoals voddenraper of diamantslijper. Mede daardoor leefden veel Joden onder de armoedegrens. De oude Joodse buurten (bijvoorbeeld rondom Waterlooplein) waren de armste van Amsterdam, waar de slechte hygiëne diverse besmettelijke ziektes tot gevolg had, zoals het ‘Jodenoog’ (trachoom). We kunnen ons dus afvragen of Amsterdam werkelijk zo tolerant was als we beweren.

Hoewel diversiteit een onderwerp is dat steeds meer onder spanning komt te staan, is de tolerantie van de Nederlandse samenleving en de lange geschiedenis daarvan iets waar een meerderheid trots op is. Maar daarmee vergeten we eigenlijk dat er in datzelfde tolerante verleden ook fouten zijn gemaakt, zoals de slavernij en het kolonialisme. Waar aan de ene kant de beleving bestaat van het ‘tolerante’ Gouden-Eeuwse Amsterdam als een mengelmoes van religies en culturen, vergeten we dat de slavenhandel in Nederland pas werd afgeschaft in 1818, en Nederland als één van de laatste landen in Europa ook daadwerkelijk een einde maakte aan de slavernij op 1 juli 1863.

Vaak is er in tolerantie en verdraagzaamheid sprake van een bepaalde vorm van egostreling. Want wie tolerant en verdraagzaam is, is een goed mens. Inherent aan het begrip is dus niet alleen de negatieve interpretatie van datgene dat verdragen wordt, maar ook de positieve, bijna arrogante hoedanigheid van de verdrager. Niet voor niets zei de Libanees-Amerikaans schrijver Kahlil Gibran “verdraagzaamheid, is liefde bevangen door de ziekte van hooghartigheid”. Daardoor blijft er weinig ruimte over voor reflectie en zelfkritiek. Dan komt het vaak nog harder aan als een minderheidsgroep (de verdragenen) wél kritisch zijn op het heden danwel het verleden. Mensen zijn vaak tot op het bot beledigd als ze worden aangesproken op de andere kant van onze tolerante samenleving. “Hoe durft iemand die het zo goed heeft bij ons, te klagen”, is iets dat je nu ook terugziet bij de discussie rondom Sylvana Simons. Maar is zij niet gewoon een Nederlander zoals wij allemaal? Met net zoveel recht op klagen? Waarom mogen zogenaamde “autochtone “Nederlanders wel klagen over, bijvoorbeeld, de vele “buitenlanders”, maar mogen mensen met een andere etnische achtergrond niet klagen over de gebrekken die zij zien in Nederland?

Een scheve verhouding

In ‘A is een letter’ van Hugo Brandt Corstius schreef hij: “verdraagzaamheid, het inzicht dat de ander toch te stom is om tot een beter inzicht te komen”. Verdraagzaamheid is de superieuriteit van de verdrager tegenover de inferieuriteit van de te verdragene. Die verhouding is scheef. Het is  meestal de machthebbende partij die de  gebreken tolereert van de de partij die onderdrukt wordt. Denk bijvoorbeeld aan Zuid-Afrika. De Afrikanen ‘verdroegen’ de Boeren van Nederlandse komaf en hun apartheid regime niet, daar hadden ze simpelweg geen keuze is. En hoe zou het voelen, als het algemeen bekend was dat ‘allochtone’ Nederlanders de ‘autochtone’ Nederlanders slechts ‘verdragen’? In verdraagzaamheid zit een machtsstrijd tussen een onderdrukte minderheidsgroep en de machtgebbende meerderheid.

Bovendien is verdraagzaamheid is vaak flinterdun: zodra iemand ‘over de schreef gaat’, en iets zegt dat machthebbende partij tegen de borst stoot, is tolerantie snel weg. Dit zie je bijvoorbeeld terugkomen met zaken als de zwarte pieten discussie. De minderheidsgroep, in dit geval vooral van Surinaamse afkomst, wordt, omdat ze wijzen op het racistische karakter van ons Sinterklaasfeest, weggezet als ondankbaar. Hoewel velen al generaties lang in Nederland wonen, goed Nederlands spreken en volledig deel uitmaken van de Nederlandse samenleving, worden ze bestempeld als ‘verraders’ en ‘buitenlanders’ omdat ze een andere mening hebben dan de ‘autochtone’ meerderheid. Ze moeten zelfs maar ‘terug naar hun eigen land’.

De verbinding (ver te) zoeken

Het probleem van verdraagzaamheid is dat het een onecht gevoel van verbinding geeft, waardoor mensen geen verdere stappen denken te hoeven ondernemen. Verdragen kun je zelfs zien als een valse vorm van engagement – want niemand kan écht met elkaar in dialoog als zij niet op gelijke voet staan. Verdraagzaamheid geeft dus weinig gelegengeid tot het écht van elkaar kunnen leren.

Verschil – in religie, afkomst, cultuur, mening – wordt vaker wel dan niet als iets negatiefs gezien. Verschil duwt ons uit onze comfortzones waar alles is zoals het al jaren is geweest. We voelen ons veilig als we onze wereld kunnen doorgronden, voorspellen. De ander, met zijn andersheid, begrijpen we niet, en uit angst sluiten we onze deuren. De ander voelt zich vervolgens bestempeld als antagonist en doet ter verdediging ook de deur dicht.

Door een ander toe te laten en ook écht met die ander in gesprek te gaan, zouden jouw eigen ideeën wel eens kunnen veranderen. Die verandering, het onbekende, is eng: misschien kom je er achter dat je bepaalde dingen al jarenland verkeerd ziet. Toegeven dat je verkeerd zit, is misschien wel het moeilijkste van het menselijk bestaan. Het vergt een hoop moed, want je eigen fouten erkennen zou zomaar wel eens een deuk in je zelfvertrouwen kunnen betekenen. De ander betekend ‘gevaar!’ en het is dus makkelijker om jezelf af te sluiten.

Verschil als voordeel

Eén oplossing die veelal wordt aangedragen is het ontkennen van verschil: “wat nou verschil, we zijn toch allemaal hetzelfde?” Hetzelfde zijn is veilig. Iemand die hetzelfde is, heeft overeenkomstige opvattingen, en dat betekent dat jouw opvattingen dus worden gesteund. Zo sta je niet alleen. Maar, accepteren we daarmee verschil, andersheid? Nee! Het wordt slechts ontkend.

We zijn niet hetzelfde. We hebben verschillende culturen, etniciteiten, genders, religies, seksuele voorkeuren. We hebben als ‘mens’ de meest uiteenlopende en kleurrijke ideeën en competenties. Waar de één schitterend viool kan spelen, kan een ander prachtig voetballen, schilderen of kritisch nadenken. We zijn man, vrouw, of iets daar tussenin. We hebben verschillende behoeften, verschillende tradities. Van vijfmaal per dag bidden en het vieren van de Ramadan tot het eten van rauwe vis opgerold in zeewier en rijst tot het bouwen van dijken en machtige waterwerken. Waarom zou dat iets slechts moeten zijn dat we óf moeten ontkennen, óf moeten verdragen?

We zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Dat niet-gelijk zijn heeft zelfs zo zijn voordelen. Diverse psychologische onderzoeken laten bijvoorbeeld zien dat teams bestaande uit mensen met uiteenlopende achtergronden (etnisch, cultureel, religieus, professioneel, etc.) goede resultaten boeken. Het is niet zozeer dat ze meer oplossingen aanbrengen dan homgenere teams, maar wel kwalitatief betere oplossingen. Zo heeft diversiteit zelfs professioneel en economisch voordeel.

We kunnen niet erkennen dat verschil ook tot hevige conflicten kan leiden. Hedendaagse oorlogen gaan bijna allemaal over verschil van mening. Maar verdraagzaameid is daar geen antwoord op. Conflicten ontstaan uit onbegrip, en onbegrip wordt niet opgelost door verdragen omdat je daarmee het verschil slechts uit de weg gaat. Sociale problemen kunnen alleen opgelost worden door de kern van het probleem te doorgronden, door te begrijpen. Dat klinkt eng. Vaak lijken de ‘keiharde aanpak’ en zero tolerance politiek in eerste instantie gepaster, omdat ze inspelen op onze gevoelens van onrechtvaardigheid. Maar daar lossen we het probleem niet mee op.

Tot slot

Verdraagzaamheid is beladen met de ongelijkheid tussen de verdragers en de verdragenen. Daarom is niet verdraagzaamheid, maar op gelijke voet de verbintenis blijven opzoeken de oplossing. Misschien is dialoog in eerste instantie makkelijker als we benadrukken in welke dingen we wél hetzelfde zijn: we willen gelukkig zijn, we willen een goed leven voor onze geliefden, we willen zinvol werk doen. Maar daarna komt het zware werk. Laten we nou eens proberen om naar het besef toe te werken dat verschillen niet zo eng zijn als we denken. Dat kan in kleine stappen, Rome is immers ook niet in één dag gebouwd. Ga eens het gesprek met elkaar aan. Vraag eens wat iemands beweegredenen zijn, en gebruik het antwoord om op jouw eigen motieven te reflecteren. De ander is een spiegel: door een ander vragen te stellen kan je je eigen standpunten beter leren kennen. Groeien doen we niet in onze comfortzone, maar nèt daarbuiten. Dus die grenzen, die mogen nog een heel eind verlegd worden.

Verscheen eerder op Nieuw Wij, geschreven met Rosanne Anholt

 

On the move

Since february this year I have been active as a board member in the international interreligious women’s group Iketh. Over the past couple of months Reinhild, Susanne, Naida, Martina and myself worked together to plan a seminar about hospitality and refugees called: On the Move. The 23rd of september it was finally go time. We were greeted in the beautiful Orthodox Academy of Crete by the sweet Katarina Karkala-Zorba with dinner. After all: food connects people. Afterwards I did the Kabbalat Shabbat and we got to know eachother better.iketh-3

The group was diverse in age, religion, background. There were people from Moldavia, Germany, Austria, Sweden and many more countries.  Our ages ranged from 24 to 74. There were Jews, muslims, orthodox, Catholic and Protestant.  In all that difference we had one common ground: we wanted to learn from eachother. And learning we did…  The program was a nice combination of lectures, workshops and outings. We for example started every morning with an meditation exercise. We also read in our different holy scriptures about hospitality and we had a lecture by Liska Berner about her work in setting up a refugee center in Athens. An even balance between practice and theory, religion and “worldly business”.

iketh-1

Because of this balance everyone felt at home. As Ivana Gabalava put it: she never thought she, as an atheist, would be comfortable in a group of religious women but she felt safe.  It even made her feel powerfull to be with a group of such active women. We had a really exhausting but inspiring couple of days. I felt really proud to be part of such an amazing group of strong women. Women are often set to the side as being to emotional, to weak to achieve something. But all these women have achieved so much on their own, let allong what we could do together…

iketh-4

Bijspijkerdagen 2016

Vrijdag 26 augustus had ik de eer om weer te mogen spreken op de Bijspijkerdagen van het Dominicanenklooster in Huissen. Op deze hete vrijdagmiddag waren diverse theologen en andere geïnteresseerden samengekomen om te luisteren naar verschillende sprekers over religieuze onderwerpen .

bijspijkerdagen 1

Ik had ervoor gekozen om over Seksualiteit in het Jodendom te spreken omdat dit een interessant en relevant onderwerp is in deze tijd van discussies over boerkini’s en hoofddoeken.Het onderwerp ligt dichtbij mijn scriptieonderzoek over Tzinioet. Daarnaast zit ik al enige tijd in een werkgroep van Hagar-Sarah die onderzoekt hoe men naar seksualiteit kijkt in het Jodendom, christendom en islam. Hierbij kijken we zowel naar de positieve ( genot, vrijheden etc.) als negatieve ( dwang, misbruik) aspecten.

In mijn lezing benadrukte ik dat seksualiteit in het Jodendom, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het christendom, iets is dat gevierd moet worden. Weliswaar wordt seksualiteit van oudsher vooral gezien als iets binnen het huwelijk, er moet wel van genoten worden. Zonder uitbundige en liefdevolle seks komt de Sjechina niet in je huwelijk. Vooral het genot van de vrouw staat hierbij voorop. Al in de teksten van de Misjna ( derde eeuw C.E.) wordt verteld dat als de man te vaak de vrouw weigert zij van hem moet scheiden. Andersom mag zij wel weigeren, hoewel hier natuurlijk ook een grens aan zit.

bijspijkerdagen 2

Aan het einde van mijn lezing ging de groep in tweetallen een stuk uit de Misjna ( Ketubot 5:6) lernen.  Hierin werd beschreven welke beroepsgroep hoe lang seks mag weigeren. Opvallend daarbij is, is dat een man wel toestemming moet vragen aan zijn vrouw om zeeman te worden maar niet om geleerde te worden. Dit zijn beide beroepen waarbij seks lang moeilijk, zo niet onmogelijk, is. Het feit dat de vrouw al in de derde eeuw zoveel macht kreeg was voor veel mensen verrassend. Al met al werd de lezing goed ontvangen.