Haftara Jom Kippoer

Afgelopen Jom Kippoer mocht ik de Haftara doen in de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam. Hieronder de uitgesproken tekst:

 

Zoals rabbijn Menno ten Brink al besprak in zijn drosje ( praatje) voor Erev Rosh Hashanna gebeuren er tegenwoordig verschrikkelijke dingen in de wereld. Je kan geen krant openslaan, geen tv of computer aandoen zonder te horen over honger, dood en verderf. De hele wereld lijkt in vuur en vlam te staan en miljoenen zijn op de vlucht. Er staat steeds meer marechaussee voor de deur van sjoel en  deze week werd er zelfs nóg een extra hek  rondom het Cheider geplaatst. De meeste mensen trekken zich terug als ze dit horen, gaan in de eigen veilige groep en laten de “enge” buitenwereld niet toe.

De Joodse traditie leert ons echter wat anders. Ahavta lereacha kamocha : houd van je naaste als van jezelf. Je wilt zelf geholpen worden als je het moeilijk hebt, moet je dat dan ook niet voor anderen doen? Juist in tijden van nood? Velen staan hier met de Hoge Feestdagen wel bij stil. Ze kijken naar hun eigen tekortkomingen, vasten, geven misschien een donatie aan een goed doel en…. gaan na het aanbijten gewoon verder met hun oude gedrag.

Volgens de Haftara die we vandaag lezen, Jesaja 57:14-58:14,  is dit niet de bedoeling. We kunnen nu wel een dag braaf vasten, boete doen voor onze zonden, maar wat heeft het voor zin als we daarna weer verder gaan met ons oude gedrag?  Zou Hashem het echt zo belangrijk vinden dat wij een dag niet eten als wij ons de rest van het jaar onze medemensen laten sterven door honger en oorlog?

In de Haftara roepen mensen tot Hashem: Waarom helpt het niet dat wij een dag vasten? Als wij boeten doen, kunt u toch de rest van het werk afmaken? Hashem antwoordt echter door te zeggen: Nee! Zo makkelijk is het niet. De mens heeft een eigen verantwoordelijkheid gekregen en moet die ook nemen.

Nou hoor ik u zeggen: Moeten we niet eerst voor onszelf zorgen? Of: er is zoveel leed in de wereld, dat kunnen wij toch niet allemaal verhelpen? Inderdaad dat klopt, alles kunnen we niet doen. Natuurlijk zijn er grenzen, zeker waar het over onze veiligheid gaat, maar heeft de Tora ons niet geleerd over Tikkoen Olam? Het herstellen van de wereld kan soms klein beginnen. Je kan een brood kopen voor de bedelaar buiten bij de Albert Heijn, een gesprekje aanknopen met een eenzame oude man in een bushalte. Het hoeft niks te kosten, alleen een beetje tijd en energie.

Een andere optie is je inzetten voor dialoog. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat er  veel problemen in deze wereld zijn door onbegrip. Wat een boer niet kent dat vreet hij niet. Bij mijn werk in de dialoog sfeer hoor ik verschillende vooroordelen over joden voorbij komen: we beheersen de wereld, we zijn demonen, we willen alleen maar oorlog. Maar ook wij, ook ik, heb(ben) vooroordelen. Juist die vooroordelen zijn gevaarlijk. Hoe hoger we onze muren bouwen om ons te beschermen tegen wapens, hoe meer kracht de vooroordelen krijgen. Door iemand uit te nodigen bij ons in sjoel of zelfs thuis kan je het gesprek aangaan en proberen deze vooroordelen weg te nemen.

Misschien zou uw bijdrage aan Tikkoen Olam dit jaar kunnen zijn dat u een keer bij een van onze vele dialoogbijeenkomsten komt? Kijk de ander die u zo eng vindt in de ogen. Misschien lukt het ons dan om de wens in de Haftara volgend jaar te vervolmaken: het herstellen van eeuwenoude gebouwen en het genezen van alle mensen. Be Ezrat Hashem…

Advertenties

De grenzen van verdraagzaamheid

  • Ver·draag·zaam (bijvoeglijk naamwoord; vergrotende trap: verdraagzamer, overtreffende trap: verdraagzaamst): “bereid andersdenkenden te verdragen; tolerant” (van Dale)
  • Grens (de; v(m); meervoud: grenzen): “denkbeeldige, scheidende lijn: een staatkundige grens; de grenzen overschrijden (of: te buiten gaan) te ver gaan”

Introductie

Nederland is een divers en multicultureel land. Vooral in de grote steden, zijn we een mengelmoes van culturen, etnische achtergronden, religies, en meningen. Het valt niet te ontkennen dat spanningen in de wereld – terreur, religieus radicalisme, economische onzekerheid – ervoor zorgen dat men steeds vaker met een scheef oog naar die diversiteit kijkt. Nederland roept voortdurend op tot meer tolerantie en verdraagzaamheid – ogenschijnlijk om de gemoederen te sussen – maar ook om dat deel van onze identiteit te benadrukken.

Want al eeuwenlang is Nederland trots op haar tolerante samenleving waarin iedereen kan zijn wie die is – homoseksueel, transgender, Jood, Moslim, VVD of SP. Maar is dit wel zo? Is Nederland wel zo verdraagzaam en tolerant als we ons voorhouden te zijn? Bovendien, wat is verdraagzaamheid eigenlijk, en is het wel iets wat we zouden moeten nastreven? Zitten er grenzen aan verdraagzaamheid, en zo ja, waar horen die dan te liggen? Zit Nederland aan de grenzen van haar verdraagzaamheid, nu ze zo getest wordt? Is verdraagzamer zijn de oplossing?

Om deze vragen te kunnen beantwoorden, moeten we terug naar de kern. Wat is verdraagzaamheid nu precies?

Verdraagzaamheid is een gecompliceerd begrip. Heel basaal verwijst het naar iets of iemand die verdragen wordt, en naar een persoon die de actie (het verdragen) uitvoert. Maar wat verdraagt iemand nu eigenlijk? Je zegt nooit: “ik verdraag de liefde van mijn partner”, of “ik tolereer het vinden van een goede baan”. Waarom klinkt dat zo gek? “Verdragen” zegt iets over de te verdragen persoon, of situatie.

Het spreekwoord “Als je wilt dat je kippen eieren leggen, dan moet je het kakelen verdragen” laat dit goed zien. Gekakel is niet bepaald prettig. ‘Verdragen’ geeft een inherent negatief oordeel over de persoon, situatie of het object dat verdragen wordt. Daarmee is ‘verdragen’ fundamenteel anders dan bijvoorbeeld verwelkomen. Je verdraagt een gezellige avond met vrienden niet, die verwelkom je. Op het eerste gezicht lijkt verdraagzaamheid dus een vorm van acceptatie, maar is het nèt niet.

Een land van melk en honing

Al sinds de late middeleeuwen zijn groepen die in andere landen vervolgd werden vanwege hun religie of afkomst, in Nederland welkom. Joden, Hugenoten en Katholieken kwamen naar Nederland om te genieten van onze tolerante samenleving, om vrij en veilig te zijn. Trots wordt er in de geschiedenisboeken beschreven dat mensen bij ons zichzelf mochten zijn.

Maar tussen waarheid en leugen ligt een glibberig pad. In het Protestantse Amsterdam bijvoorbeeld, waren Katholieke kerken alleen toegestaan als schuilkerk. Zo waren deze bijvoorbeeld gevestigd op de zolders van grachtenpanden, waarvan niemand officieel wist waar ze waren. Een 17de eeuws voorbeeld hiervan is nog steeds te bezichtigen in het museum Ons’ Lieve Heer op Solder. Ook Joden mochten hun synagogen bouwen en hadden zelfs hun eigen rechtssysteem. Desondanks mochten ze geen lid worden van gildes, moesten vooral niet teveel opvallen en konden ze alleen hulp verwachten uit hun eigen gemeenschap. Ze mochten fysiek wel in Amsterdam zijn, maar niet volledig deel uitmaken van de maatschappij. Daardoor werden Joden gedwongen om in zogenaamde ‘vrije beroepen’ te gaan werken, zoals voddenraper of diamantslijper. Mede daardoor leefden veel Joden onder de armoedegrens. De oude Joodse buurten (bijvoorbeeld rondom Waterlooplein) waren de armste van Amsterdam, waar de slechte hygiëne diverse besmettelijke ziektes tot gevolg had, zoals het ‘Jodenoog’ (trachoom). We kunnen ons dus afvragen of Amsterdam werkelijk zo tolerant was als we beweren.

Hoewel diversiteit een onderwerp is dat steeds meer onder spanning komt te staan, is de tolerantie van de Nederlandse samenleving en de lange geschiedenis daarvan iets waar een meerderheid trots op is. Maar daarmee vergeten we eigenlijk dat er in datzelfde tolerante verleden ook fouten zijn gemaakt, zoals de slavernij en het kolonialisme. Waar aan de ene kant de beleving bestaat van het ‘tolerante’ Gouden-Eeuwse Amsterdam als een mengelmoes van religies en culturen, vergeten we dat de slavenhandel in Nederland pas werd afgeschaft in 1818, en Nederland als één van de laatste landen in Europa ook daadwerkelijk een einde maakte aan de slavernij op 1 juli 1863.

Vaak is er in tolerantie en verdraagzaamheid sprake van een bepaalde vorm van egostreling. Want wie tolerant en verdraagzaam is, is een goed mens. Inherent aan het begrip is dus niet alleen de negatieve interpretatie van datgene dat verdragen wordt, maar ook de positieve, bijna arrogante hoedanigheid van de verdrager. Niet voor niets zei de Libanees-Amerikaans schrijver Kahlil Gibran “verdraagzaamheid, is liefde bevangen door de ziekte van hooghartigheid”. Daardoor blijft er weinig ruimte over voor reflectie en zelfkritiek. Dan komt het vaak nog harder aan als een minderheidsgroep (de verdragenen) wél kritisch zijn op het heden danwel het verleden. Mensen zijn vaak tot op het bot beledigd als ze worden aangesproken op de andere kant van onze tolerante samenleving. “Hoe durft iemand die het zo goed heeft bij ons, te klagen”, is iets dat je nu ook terugziet bij de discussie rondom Sylvana Simons. Maar is zij niet gewoon een Nederlander zoals wij allemaal? Met net zoveel recht op klagen? Waarom mogen zogenaamde “autochtone “Nederlanders wel klagen over, bijvoorbeeld, de vele “buitenlanders”, maar mogen mensen met een andere etnische achtergrond niet klagen over de gebrekken die zij zien in Nederland?

Een scheve verhouding

In ‘A is een letter’ van Hugo Brandt Corstius schreef hij: “verdraagzaamheid, het inzicht dat de ander toch te stom is om tot een beter inzicht te komen”. Verdraagzaamheid is de superieuriteit van de verdrager tegenover de inferieuriteit van de te verdragene. Die verhouding is scheef. Het is  meestal de machthebbende partij die de  gebreken tolereert van de de partij die onderdrukt wordt. Denk bijvoorbeeld aan Zuid-Afrika. De Afrikanen ‘verdroegen’ de Boeren van Nederlandse komaf en hun apartheid regime niet, daar hadden ze simpelweg geen keuze is. En hoe zou het voelen, als het algemeen bekend was dat ‘allochtone’ Nederlanders de ‘autochtone’ Nederlanders slechts ‘verdragen’? In verdraagzaamheid zit een machtsstrijd tussen een onderdrukte minderheidsgroep en de machtgebbende meerderheid.

Bovendien is verdraagzaamheid is vaak flinterdun: zodra iemand ‘over de schreef gaat’, en iets zegt dat machthebbende partij tegen de borst stoot, is tolerantie snel weg. Dit zie je bijvoorbeeld terugkomen met zaken als de zwarte pieten discussie. De minderheidsgroep, in dit geval vooral van Surinaamse afkomst, wordt, omdat ze wijzen op het racistische karakter van ons Sinterklaasfeest, weggezet als ondankbaar. Hoewel velen al generaties lang in Nederland wonen, goed Nederlands spreken en volledig deel uitmaken van de Nederlandse samenleving, worden ze bestempeld als ‘verraders’ en ‘buitenlanders’ omdat ze een andere mening hebben dan de ‘autochtone’ meerderheid. Ze moeten zelfs maar ‘terug naar hun eigen land’.

De verbinding (ver te) zoeken

Het probleem van verdraagzaamheid is dat het een onecht gevoel van verbinding geeft, waardoor mensen geen verdere stappen denken te hoeven ondernemen. Verdragen kun je zelfs zien als een valse vorm van engagement – want niemand kan écht met elkaar in dialoog als zij niet op gelijke voet staan. Verdraagzaamheid geeft dus weinig gelegengeid tot het écht van elkaar kunnen leren.

Verschil – in religie, afkomst, cultuur, mening – wordt vaker wel dan niet als iets negatiefs gezien. Verschil duwt ons uit onze comfortzones waar alles is zoals het al jaren is geweest. We voelen ons veilig als we onze wereld kunnen doorgronden, voorspellen. De ander, met zijn andersheid, begrijpen we niet, en uit angst sluiten we onze deuren. De ander voelt zich vervolgens bestempeld als antagonist en doet ter verdediging ook de deur dicht.

Door een ander toe te laten en ook écht met die ander in gesprek te gaan, zouden jouw eigen ideeën wel eens kunnen veranderen. Die verandering, het onbekende, is eng: misschien kom je er achter dat je bepaalde dingen al jarenland verkeerd ziet. Toegeven dat je verkeerd zit, is misschien wel het moeilijkste van het menselijk bestaan. Het vergt een hoop moed, want je eigen fouten erkennen zou zomaar wel eens een deuk in je zelfvertrouwen kunnen betekenen. De ander betekend ‘gevaar!’ en het is dus makkelijker om jezelf af te sluiten.

Verschil als voordeel

Eén oplossing die veelal wordt aangedragen is het ontkennen van verschil: “wat nou verschil, we zijn toch allemaal hetzelfde?” Hetzelfde zijn is veilig. Iemand die hetzelfde is, heeft overeenkomstige opvattingen, en dat betekent dat jouw opvattingen dus worden gesteund. Zo sta je niet alleen. Maar, accepteren we daarmee verschil, andersheid? Nee! Het wordt slechts ontkend.

We zijn niet hetzelfde. We hebben verschillende culturen, etniciteiten, genders, religies, seksuele voorkeuren. We hebben als ‘mens’ de meest uiteenlopende en kleurrijke ideeën en competenties. Waar de één schitterend viool kan spelen, kan een ander prachtig voetballen, schilderen of kritisch nadenken. We zijn man, vrouw, of iets daar tussenin. We hebben verschillende behoeften, verschillende tradities. Van vijfmaal per dag bidden en het vieren van de Ramadan tot het eten van rauwe vis opgerold in zeewier en rijst tot het bouwen van dijken en machtige waterwerken. Waarom zou dat iets slechts moeten zijn dat we óf moeten ontkennen, óf moeten verdragen?

We zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Dat niet-gelijk zijn heeft zelfs zo zijn voordelen. Diverse psychologische onderzoeken laten bijvoorbeeld zien dat teams bestaande uit mensen met uiteenlopende achtergronden (etnisch, cultureel, religieus, professioneel, etc.) goede resultaten boeken. Het is niet zozeer dat ze meer oplossingen aanbrengen dan homgenere teams, maar wel kwalitatief betere oplossingen. Zo heeft diversiteit zelfs professioneel en economisch voordeel.

We kunnen niet erkennen dat verschil ook tot hevige conflicten kan leiden. Hedendaagse oorlogen gaan bijna allemaal over verschil van mening. Maar verdraagzaameid is daar geen antwoord op. Conflicten ontstaan uit onbegrip, en onbegrip wordt niet opgelost door verdragen omdat je daarmee het verschil slechts uit de weg gaat. Sociale problemen kunnen alleen opgelost worden door de kern van het probleem te doorgronden, door te begrijpen. Dat klinkt eng. Vaak lijken de ‘keiharde aanpak’ en zero tolerance politiek in eerste instantie gepaster, omdat ze inspelen op onze gevoelens van onrechtvaardigheid. Maar daar lossen we het probleem niet mee op.

Tot slot

Verdraagzaamheid is beladen met de ongelijkheid tussen de verdragers en de verdragenen. Daarom is niet verdraagzaamheid, maar op gelijke voet de verbintenis blijven opzoeken de oplossing. Misschien is dialoog in eerste instantie makkelijker als we benadrukken in welke dingen we wél hetzelfde zijn: we willen gelukkig zijn, we willen een goed leven voor onze geliefden, we willen zinvol werk doen. Maar daarna komt het zware werk. Laten we nou eens proberen om naar het besef toe te werken dat verschillen niet zo eng zijn als we denken. Dat kan in kleine stappen, Rome is immers ook niet in één dag gebouwd. Ga eens het gesprek met elkaar aan. Vraag eens wat iemands beweegredenen zijn, en gebruik het antwoord om op jouw eigen motieven te reflecteren. De ander is een spiegel: door een ander vragen te stellen kan je je eigen standpunten beter leren kennen. Groeien doen we niet in onze comfortzone, maar nèt daarbuiten. Dus die grenzen, die mogen nog een heel eind verlegd worden.

Verscheen eerder op Nieuw Wij, geschreven met Rosanne Anholt