De grenzen van verdraagzaamheid

  • Ver·draag·zaam (bijvoeglijk naamwoord; vergrotende trap: verdraagzamer, overtreffende trap: verdraagzaamst): “bereid andersdenkenden te verdragen; tolerant” (van Dale)
  • Grens (de; v(m); meervoud: grenzen): “denkbeeldige, scheidende lijn: een staatkundige grens; de grenzen overschrijden (of: te buiten gaan) te ver gaan”

Introductie

Nederland is een divers en multicultureel land. Vooral in de grote steden, zijn we een mengelmoes van culturen, etnische achtergronden, religies, en meningen. Het valt niet te ontkennen dat spanningen in de wereld – terreur, religieus radicalisme, economische onzekerheid – ervoor zorgen dat men steeds vaker met een scheef oog naar die diversiteit kijkt. Nederland roept voortdurend op tot meer tolerantie en verdraagzaamheid – ogenschijnlijk om de gemoederen te sussen – maar ook om dat deel van onze identiteit te benadrukken.

Want al eeuwenlang is Nederland trots op haar tolerante samenleving waarin iedereen kan zijn wie die is – homoseksueel, transgender, Jood, Moslim, VVD of SP. Maar is dit wel zo? Is Nederland wel zo verdraagzaam en tolerant als we ons voorhouden te zijn? Bovendien, wat is verdraagzaamheid eigenlijk, en is het wel iets wat we zouden moeten nastreven? Zitten er grenzen aan verdraagzaamheid, en zo ja, waar horen die dan te liggen? Zit Nederland aan de grenzen van haar verdraagzaamheid, nu ze zo getest wordt? Is verdraagzamer zijn de oplossing?

Om deze vragen te kunnen beantwoorden, moeten we terug naar de kern. Wat is verdraagzaamheid nu precies?

Verdraagzaamheid is een gecompliceerd begrip. Heel basaal verwijst het naar iets of iemand die verdragen wordt, en naar een persoon die de actie (het verdragen) uitvoert. Maar wat verdraagt iemand nu eigenlijk? Je zegt nooit: “ik verdraag de liefde van mijn partner”, of “ik tolereer het vinden van een goede baan”. Waarom klinkt dat zo gek? “Verdragen” zegt iets over de te verdragen persoon, of situatie.

Het spreekwoord “Als je wilt dat je kippen eieren leggen, dan moet je het kakelen verdragen” laat dit goed zien. Gekakel is niet bepaald prettig. ‘Verdragen’ geeft een inherent negatief oordeel over de persoon, situatie of het object dat verdragen wordt. Daarmee is ‘verdragen’ fundamenteel anders dan bijvoorbeeld verwelkomen. Je verdraagt een gezellige avond met vrienden niet, die verwelkom je. Op het eerste gezicht lijkt verdraagzaamheid dus een vorm van acceptatie, maar is het nèt niet.

Een land van melk en honing

Al sinds de late middeleeuwen zijn groepen die in andere landen vervolgd werden vanwege hun religie of afkomst, in Nederland welkom. Joden, Hugenoten en Katholieken kwamen naar Nederland om te genieten van onze tolerante samenleving, om vrij en veilig te zijn. Trots wordt er in de geschiedenisboeken beschreven dat mensen bij ons zichzelf mochten zijn.

Maar tussen waarheid en leugen ligt een glibberig pad. In het Protestantse Amsterdam bijvoorbeeld, waren Katholieke kerken alleen toegestaan als schuilkerk. Zo waren deze bijvoorbeeld gevestigd op de zolders van grachtenpanden, waarvan niemand officieel wist waar ze waren. Een 17de eeuws voorbeeld hiervan is nog steeds te bezichtigen in het museum Ons’ Lieve Heer op Solder. Ook Joden mochten hun synagogen bouwen en hadden zelfs hun eigen rechtssysteem. Desondanks mochten ze geen lid worden van gildes, moesten vooral niet teveel opvallen en konden ze alleen hulp verwachten uit hun eigen gemeenschap. Ze mochten fysiek wel in Amsterdam zijn, maar niet volledig deel uitmaken van de maatschappij. Daardoor werden Joden gedwongen om in zogenaamde ‘vrije beroepen’ te gaan werken, zoals voddenraper of diamantslijper. Mede daardoor leefden veel Joden onder de armoedegrens. De oude Joodse buurten (bijvoorbeeld rondom Waterlooplein) waren de armste van Amsterdam, waar de slechte hygiëne diverse besmettelijke ziektes tot gevolg had, zoals het ‘Jodenoog’ (trachoom). We kunnen ons dus afvragen of Amsterdam werkelijk zo tolerant was als we beweren.

Hoewel diversiteit een onderwerp is dat steeds meer onder spanning komt te staan, is de tolerantie van de Nederlandse samenleving en de lange geschiedenis daarvan iets waar een meerderheid trots op is. Maar daarmee vergeten we eigenlijk dat er in datzelfde tolerante verleden ook fouten zijn gemaakt, zoals de slavernij en het kolonialisme. Waar aan de ene kant de beleving bestaat van het ‘tolerante’ Gouden-Eeuwse Amsterdam als een mengelmoes van religies en culturen, vergeten we dat de slavenhandel in Nederland pas werd afgeschaft in 1818, en Nederland als één van de laatste landen in Europa ook daadwerkelijk een einde maakte aan de slavernij op 1 juli 1863.

Vaak is er in tolerantie en verdraagzaamheid sprake van een bepaalde vorm van egostreling. Want wie tolerant en verdraagzaam is, is een goed mens. Inherent aan het begrip is dus niet alleen de negatieve interpretatie van datgene dat verdragen wordt, maar ook de positieve, bijna arrogante hoedanigheid van de verdrager. Niet voor niets zei de Libanees-Amerikaans schrijver Kahlil Gibran “verdraagzaamheid, is liefde bevangen door de ziekte van hooghartigheid”. Daardoor blijft er weinig ruimte over voor reflectie en zelfkritiek. Dan komt het vaak nog harder aan als een minderheidsgroep (de verdragenen) wél kritisch zijn op het heden danwel het verleden. Mensen zijn vaak tot op het bot beledigd als ze worden aangesproken op de andere kant van onze tolerante samenleving. “Hoe durft iemand die het zo goed heeft bij ons, te klagen”, is iets dat je nu ook terugziet bij de discussie rondom Sylvana Simons. Maar is zij niet gewoon een Nederlander zoals wij allemaal? Met net zoveel recht op klagen? Waarom mogen zogenaamde “autochtone “Nederlanders wel klagen over, bijvoorbeeld, de vele “buitenlanders”, maar mogen mensen met een andere etnische achtergrond niet klagen over de gebrekken die zij zien in Nederland?

Een scheve verhouding

In ‘A is een letter’ van Hugo Brandt Corstius schreef hij: “verdraagzaamheid, het inzicht dat de ander toch te stom is om tot een beter inzicht te komen”. Verdraagzaamheid is de superieuriteit van de verdrager tegenover de inferieuriteit van de te verdragene. Die verhouding is scheef. Het is  meestal de machthebbende partij die de  gebreken tolereert van de de partij die onderdrukt wordt. Denk bijvoorbeeld aan Zuid-Afrika. De Afrikanen ‘verdroegen’ de Boeren van Nederlandse komaf en hun apartheid regime niet, daar hadden ze simpelweg geen keuze is. En hoe zou het voelen, als het algemeen bekend was dat ‘allochtone’ Nederlanders de ‘autochtone’ Nederlanders slechts ‘verdragen’? In verdraagzaamheid zit een machtsstrijd tussen een onderdrukte minderheidsgroep en de machtgebbende meerderheid.

Bovendien is verdraagzaamheid is vaak flinterdun: zodra iemand ‘over de schreef gaat’, en iets zegt dat machthebbende partij tegen de borst stoot, is tolerantie snel weg. Dit zie je bijvoorbeeld terugkomen met zaken als de zwarte pieten discussie. De minderheidsgroep, in dit geval vooral van Surinaamse afkomst, wordt, omdat ze wijzen op het racistische karakter van ons Sinterklaasfeest, weggezet als ondankbaar. Hoewel velen al generaties lang in Nederland wonen, goed Nederlands spreken en volledig deel uitmaken van de Nederlandse samenleving, worden ze bestempeld als ‘verraders’ en ‘buitenlanders’ omdat ze een andere mening hebben dan de ‘autochtone’ meerderheid. Ze moeten zelfs maar ‘terug naar hun eigen land’.

De verbinding (ver te) zoeken

Het probleem van verdraagzaamheid is dat het een onecht gevoel van verbinding geeft, waardoor mensen geen verdere stappen denken te hoeven ondernemen. Verdragen kun je zelfs zien als een valse vorm van engagement – want niemand kan écht met elkaar in dialoog als zij niet op gelijke voet staan. Verdraagzaamheid geeft dus weinig gelegengeid tot het écht van elkaar kunnen leren.

Verschil – in religie, afkomst, cultuur, mening – wordt vaker wel dan niet als iets negatiefs gezien. Verschil duwt ons uit onze comfortzones waar alles is zoals het al jaren is geweest. We voelen ons veilig als we onze wereld kunnen doorgronden, voorspellen. De ander, met zijn andersheid, begrijpen we niet, en uit angst sluiten we onze deuren. De ander voelt zich vervolgens bestempeld als antagonist en doet ter verdediging ook de deur dicht.

Door een ander toe te laten en ook écht met die ander in gesprek te gaan, zouden jouw eigen ideeën wel eens kunnen veranderen. Die verandering, het onbekende, is eng: misschien kom je er achter dat je bepaalde dingen al jarenland verkeerd ziet. Toegeven dat je verkeerd zit, is misschien wel het moeilijkste van het menselijk bestaan. Het vergt een hoop moed, want je eigen fouten erkennen zou zomaar wel eens een deuk in je zelfvertrouwen kunnen betekenen. De ander betekend ‘gevaar!’ en het is dus makkelijker om jezelf af te sluiten.

Verschil als voordeel

Eén oplossing die veelal wordt aangedragen is het ontkennen van verschil: “wat nou verschil, we zijn toch allemaal hetzelfde?” Hetzelfde zijn is veilig. Iemand die hetzelfde is, heeft overeenkomstige opvattingen, en dat betekent dat jouw opvattingen dus worden gesteund. Zo sta je niet alleen. Maar, accepteren we daarmee verschil, andersheid? Nee! Het wordt slechts ontkend.

We zijn niet hetzelfde. We hebben verschillende culturen, etniciteiten, genders, religies, seksuele voorkeuren. We hebben als ‘mens’ de meest uiteenlopende en kleurrijke ideeën en competenties. Waar de één schitterend viool kan spelen, kan een ander prachtig voetballen, schilderen of kritisch nadenken. We zijn man, vrouw, of iets daar tussenin. We hebben verschillende behoeften, verschillende tradities. Van vijfmaal per dag bidden en het vieren van de Ramadan tot het eten van rauwe vis opgerold in zeewier en rijst tot het bouwen van dijken en machtige waterwerken. Waarom zou dat iets slechts moeten zijn dat we óf moeten ontkennen, óf moeten verdragen?

We zijn niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. Dat niet-gelijk zijn heeft zelfs zo zijn voordelen. Diverse psychologische onderzoeken laten bijvoorbeeld zien dat teams bestaande uit mensen met uiteenlopende achtergronden (etnisch, cultureel, religieus, professioneel, etc.) goede resultaten boeken. Het is niet zozeer dat ze meer oplossingen aanbrengen dan homgenere teams, maar wel kwalitatief betere oplossingen. Zo heeft diversiteit zelfs professioneel en economisch voordeel.

We kunnen niet erkennen dat verschil ook tot hevige conflicten kan leiden. Hedendaagse oorlogen gaan bijna allemaal over verschil van mening. Maar verdraagzaameid is daar geen antwoord op. Conflicten ontstaan uit onbegrip, en onbegrip wordt niet opgelost door verdragen omdat je daarmee het verschil slechts uit de weg gaat. Sociale problemen kunnen alleen opgelost worden door de kern van het probleem te doorgronden, door te begrijpen. Dat klinkt eng. Vaak lijken de ‘keiharde aanpak’ en zero tolerance politiek in eerste instantie gepaster, omdat ze inspelen op onze gevoelens van onrechtvaardigheid. Maar daar lossen we het probleem niet mee op.

Tot slot

Verdraagzaamheid is beladen met de ongelijkheid tussen de verdragers en de verdragenen. Daarom is niet verdraagzaamheid, maar op gelijke voet de verbintenis blijven opzoeken de oplossing. Misschien is dialoog in eerste instantie makkelijker als we benadrukken in welke dingen we wél hetzelfde zijn: we willen gelukkig zijn, we willen een goed leven voor onze geliefden, we willen zinvol werk doen. Maar daarna komt het zware werk. Laten we nou eens proberen om naar het besef toe te werken dat verschillen niet zo eng zijn als we denken. Dat kan in kleine stappen, Rome is immers ook niet in één dag gebouwd. Ga eens het gesprek met elkaar aan. Vraag eens wat iemands beweegredenen zijn, en gebruik het antwoord om op jouw eigen motieven te reflecteren. De ander is een spiegel: door een ander vragen te stellen kan je je eigen standpunten beter leren kennen. Groeien doen we niet in onze comfortzone, maar nèt daarbuiten. Dus die grenzen, die mogen nog een heel eind verlegd worden.

Verscheen eerder op Nieuw Wij, geschreven met Rosanne Anholt

 

Advertenties

Joden en Syriërs vrienden? Zeker!

Afgelopen dinsdag bezocht een aantal mensen van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam het asielzoekerscentrum aan de Havenstraat in Amsterdam. Na alle commotie rondom het plaatsen van een opvang in Amstelveen leek het hen belangrijk een positief signaal af te geven aan de vluchtelingen. Ook of misschien wel juist de Joodse bevolking van Amsterdam wil hen van harte welkom heten. Een verslag van Anne-Maria van Hilst.

Door: Anne-Maria van Hilst

Toen ik vanuit mijn synagoge de mail kreeg met de vraag om langs te gaan bij de vluchtelingen aan de Havenstraat moest ik toch even nadenken. Hoewel ik het niet eens ben met alle bangmakerij rondom de vluchtelingen, vroeg ik mij toch af hoe verstandig het was om met een groep Joden op bezoek te gaan bij getraumatiseerde Syriërs. Voor veel Syriërs is Israël toch staatsvijand nummer één. Niet iedereen kan altijd het verschil zien tussen Joden en Israëliërs. Na de zoveelste schokkende beelden, nu vanuit Steenbergen, was ik om. Een positief signaal afgeven aan deze mensen was het allerbelangrijkste. Ze hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt en moeten weten dat ze in Amsterdam veilig en welkom zijn. Ook of misschien wel vóóral de Joodse bevolking van Amsterdam heet hen welkom!

We kwamen binnen met allerlei muziekinstrumenten, lekkere hapjes en lachende gezichten. Er was hun verteld dat de Joodse gemeenschap van Amsterdam een feestje kwam bouwen, dus de verwachtingen waren hoog. De eerste minuten stonden we elkaar een beetje ongemakkelijk aan te staren, maar toen onze voorzanger Gilad de gitaar pakte en een lied begon te zingen was het ijs snel gebroken. Het lied, in zowel Arabisch als Hebreeuws, lokte al snel een gezellig gezang uit van de groep. Toen er een groep in oranje shirts geklede Irakezen binnenkwam met een grote Nederlandse vlag, begon het feestje pas echt.

Terwijl ik aan het meezingen was, kwam een jonge Syrische man op me af. Hij keek me lachend aan en stak zijn hand uit en zei in het Nederlands: “Ik heet Wissam, wie jij? Je hebt hele mooie ogen.” ik stelde mezelf voor en we begonnen een gesprek, half in het Nederlands, half in het Engels. De 22-jarige jongen vertelde dat hij pas twintig dagen in Amsterdam was. Ik was verbaasd dat hij al zo goed Nederlands kon spreken. Daarna vertelde hij dat hij elke dag lessen kreeg. Hij was bezig geweest met een opleiding in Syrië toen hij daar weg moest gaan. Hij miste het studeren. Hij vertelde dat hij en zijn vriend Nachus al door heel Amsterdam waren gelopen en dat iedereen vriendelijk tegen hun deed.

Geleidelijk kwamen er steeds meer mannen om me heen staan. Iedereen stelde zich vriendelijk voor en vroeg of ze met me op de foto mochten. Ze wilden laten zien hoe Nederlandse vrouwen eruit zagen aan hun vrienden en familie in Syrië. Mohammed, een wat oudere man die advocaat was in Syrie, vroeg me zelfs om een filmpje te maken waarbij ik wat woorden in het Nederlands zei. Dit stuurde hij vervolgens naar zijn vrouw en kinderen. Hij liet daarna trots foto’s zien van zijn twee zoons die achtergebleven waren daar. Hij wilde niets liever dan ze meteen hier naartoe halen.

Ik vroeg aan Wissam of ze wisten dat wij Joods waren en of dat geen probleem was. Hij vertelde dat sommigen bewust in hun kamers gebleven waren om ons niet te hoeven zien, maar dat de overgrote meerderheid erg blij met ons was. “Jullie zijn toch gewoon mensen. Het is zo leuk dat jullie een feestje met ons komen vieren.” Nou en een feestje werd het. Er werd gezongen, gedanst en gekletst. Iedereen door elkaar heen, hand in hand. Volgens mij voelden ze zich welkom, zoals het hoort. Joden en Syriërs vrienden? Zeker!

Dit artikel verscheen eerder op: http://www.nieuwwij.nl/opinie/syriers-en-joden-vrienden-zeker/

Mo en Moos

Mijn hele leven ben ik al geïnteresseerd in diversiteit. Tijdens mijn jeugd in Amsterdam Zuidoost kwam ik in contact met mensen van verschillende religies en afkomsten. Dat intrigreerde me altijd al. Iedereen had zijn eigen gewoontes, of het nou ging om eten, etiquette, de verhouding man/vrouw of religie. Het viel me echter op dat niet iedereen zo flexibel met elkaar om ging als bij mij in de buurt. Als ik naar mijn familie in Amersfoort ging merkte ik dat er daar in de buurt toch wat gekker gekeken werd naar mijn buitenlandse vriendinnetjes. Andersom merkte ik dat bij sommige vriendinnetjes thuis het veel minder normaal was om als meisje een discussie te voeren met de mannen in het gezin. Dit vond ik al vanaf jonge leeftijd ongemakkelijk.

Zodra ik oud genoeg was heb ik mij ingezet voor diversiteit. Dit kon zowel op microniveau zijn, zoals mensen van verschillende religies bij mij thuis uitnodigen, als macroniveau zoals meewerken aan projecten zoals “Gelijk is gelijk?!” van Diversion. Een jaar geleden zag ik op internet de oproep voorbij komen voor Mo en Moos, een project waarbij Joodse en islamitische Young professionals ( 25-35 jarigen) met elkaar in contact werden gebracht. Het doel van het project was om jonge toekomstige leiders van de diverse gemeenschappen bij elkaar te brengen en samen te werken aan een betere samenwerking in Amsterdam. Ik werd meteen erg enthousiast.

Na de sollicitatieprocedure konden we van start gaan. Het werd al snel duidelijk dat we een diverse groep hadden: religieus en seculier, vrijgezel en getrouwd, Nederlands tot Egyptisch. Ook onze beroepen waren uiteenlopend. Van acteur tot docent tot politicus. Wat mij meteen opviel was dat maar een van de moslima’s een hoofddoekje droeg. De andere moslima’s noemden zich gedeeltelijk seculier maar ook sommige religieuze moslima’s droegen geen hoofddoek. Het was interessant om te horen wat hun beweegredenen waren om het wel of niet te dragen. Zo gaf de moslima die wel een hoofddoekje droeg aan dat dit vooral was voor haar eigen bescherming. Dat het voelde alsof ze een grens tussen haar en mannen legde. Niet zozeer voor haar fysieke bescherming maar meer dat het haar weerhield om op een seksuele manier met mannen om te gaan.

De trainingen waren behoorlijk intensief. We werden onder andere getraind in het goed omgaan met de media en het goed omgaan met discussies. Het interessantste vond ik echter het leren van elkaars religies. Ik dacht dat ik door mijn achtergrond in religiestudies goed op de hoogte was van de islam maar mijn ogen zijn echt geopend. Zo moesten we een oefening doen waarbij we een stapel uitspraken kregen en deze moesten linken aan het jodendom of de islam. Zo kwamen we tot de conclusie dat zowel het Jodendom als de islam vindt dat religie iets tussen jou en God is en dat je dus niet een ander hiertoe kan dwingen. Heel mooi.

Wat mij wel opviel was dat de groep zich in de vrije tijd snel opsplitste in een mannen kant en een vrouwen kant. Dit werd vooral tijdens het studieweekend afgelopen mei erg duidelijk. Tijdens het vaste programma is iedereen gemixt maar in de pauze trokken de mannen en vrouwen al snel naar elkaar toe, veel meer dan ik in andere groepen heb meegemaakt. De mannen gingen apart naar het strand en de vrouwen gingen bowlen. Hoewel ik dit in het begin storend vond, merkte ik ook dat ik op een andere manier kan communiceren als ik alleen met de vrouwen ben. Het geeft een meer laagdrempelige manier van contact. Een van de vele dingen die ik nu al geleerd heb van mijn Mo en Moosjes. Ik kan niet wachten om nog meer te leren.

Dit artikel verscheen eerst op : http://www.hagar-sarah.nl/2015/07/hagar-sarah-mo-en-moos/

Mo en Moos

Zoals ik in mijn vorige stukje al schreef ben ik al mijn hele leven geïnteresseerd in diversiteit. Toen ik op Facebook een oproep zag om deel te nemen aan een dialooggroep van Joodse en islamitische young professionals genaamd Mo en Moos raakte ik dan ook meteen erg enthousiast.

In de oproep werd duidelijk dat ze op zoek waren naar jonge toekomstige leiders die graag wilden werken aan een beter samenwerking tussen de twee groepen in ons Mokum, Amsterdam. De ‘ander’ moest hierbij bereikbaar worden, alleen een appje of telefoontje van je verwijderd zijn.

Na een strenge selectieprocedure maakten we in oktober voor het eerst kennis met elkaar in een café. Een groep van twintig jongeren tussen de 25 en de 35 jaar met verschillende achtergronden. Het werd meteen duidelijk dat het een erg diverse groep was: acteurs, leraren, politici en vele anderen. Ook was de een streng religieus en de ander noemde zich juist seculier. Op het eerste gezicht was de enige overeenkomst dat we ons allemaal wilden inzetten voor de dialoog. We hadden daarbij een sterke mening over hoe die vervolgens bereikt moest worden.

De trainingen begonnen even daarna. Duidelijk werd dat voor we konden beginnen er regels moesten komen. Er was van verschillende kanten weinig vertrouwen in een goede afloop en we hoopten door duidelijkheid te stellen over wat wel en niet toelaatbaar was dit beter te laten verlopen. Discussie, zeker over Israël, was de eerste paar weken streng verboden. Eerst moesten we elkaar beter leren kennen en gaan vertrouwen. Gelukkig hadden we twee erg ervaren en bevlogen trainers die de ontmoetingen in goede banen konden leiden.

Nou dat is een ding waar ze zeker in geslaagd zijn. De afgelopen maanden hebben we elkaar ongeveer twee keer per maand voor vier uur achterelkaar gezien in zeer intensieve, interessante trainingen. We hebben daarbij gelachen, geschreeuwd en zelfs gehuild. Vooral de interviewtraining was heel heftig. Veel verhalen over onze jeugd, onze plek in de samenleving en je altijd ‘de ander’ voelen waren voor ons allemaal herkenbaar. We bleken veel met elkaar gemeen te hebben. We hadden tot onze verbazing meer overeenkomsten dan verschillen. Hierdoor zijn we een erg hechte en intieme groep vrienden geworden die elkaar constant berichten en hilarische filmpjes sturen in een Whatsappgroep.

We zijn zelfs zo hecht geworden dat toen het tijd was om de moeilijke discussies aan te gaan, zoals over Israël, dit helemaal goed is gegaan. Hoewel de emoties bij sommigen erg opliepen bleef iedereen respectvol en liepen de meesten weg van de discussie met een tevreden gevoel. Ikzelf heb van de discussies ook veel geleerd en heb hier meer respect voor de andere standpunten gekregen. Dit geldt ook voor de discussie over bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting. Hoewel ik het niet altijd eens ben geworden met de ander snap ik door de manier van communicatie en het respect wat ik heb voor de groep wel beter waarom ze denken wat ze denken.

Over een paar weken trekken we met onze groep de wereld in. We gaan dan scholen, bedrijven en andere plaatsen af om te vertellen over onze ervaringen met diversiteit. Daarnaast hebben we nog een aantal andere spannende activiteiten gepland maar die houden we nog even geheim. Ik kan niet wachten om met mijn lieve vrienden deze stap te ondernemen. Ik heb er alle vertrouwen in dat we samen alle moeilijkheden die we ongetwijfeld zullen tegenkomen aankunnen en ben erg trots dat ik deel mag maken van deze fantastische groep mensen.

Dit stuk verscheen eerder op Nieuw Wij

Mag ik je hoorntjes even voelen?

Een tijdje geleden mocht ik een stuk schrijven over de dialoog voor de website Nieuw Wij.

Hieronder mijn verhaal:

Onze samenleving wordt meer en meer een smeltkroes van verschillende culturen en religies. Door immigratie wordt de diversiteit van talen, gewoontes en rituelen in Nederland steeds groter. Hoewel dit heel veel culturele rijkdom geeft, groeit ook het risico op onbegrip en miscommunicatie. Belangrijk is daarom dat er meer initiatieven gesteund worden op het gebied van educatie in diversiteit.

Door: Anne-Maria van Hilst

Diversiteit is iets waar ik mij al vele jaren mee bezighoud. Als klein meisje was ik al geboeid door de verschillende culturen die zich in Amsterdam bevinden. Ik ben opgegroeid in Amsterdam- Zuidoost en op mijn Montessori basisschool zaten leerlingen die uit tientallen verschillende landen kwamen. Elk met hun eigen keuken, talen en gewoontes. Doordat het zo divers was praatte iedereen wel Nederlands maar leerden we veel van elkaars cultuur. Dit werd gesteund door de school, die onder andere festivals organiseerde.  Hierbij verkleedden wij ons in onze klederdracht, namen we ons eigen eten mee en vertelden we over onze cultuur. Al die andere culturen werden hiermee niet iets “engs” of “vreemds” maar iets wat je eigen leven en cultuur kon verrijken.

Dat dit niet bij alle mensen zo ging ontdekte ik al snel. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik merkte dat voor sommige mensen “anders” als iets negatiefs werd gezien. Onbekend maakte onbemind. Ik had al heel vroeg het gevoel dat dat mijn taak was hier wat aan te doen. Door mensen elkaar te laten ontmoeten en dan vooral op jonge leeftijd, kan je heel veel problemen wegnemen.

Dit idee heb ik in mijn werkende leven tot uiting gebracht. Ik werk bij diverse organisaties die contact met de ander bevorderen. Zo is er het Joods Historisch Museum. Bij mijn werk in het kindermuseum van het JHM kom ik vaak in contact met groepen kinderen die nog nooit een Joods iemand hebben gezien. Als ze aan Joden denken, denken ze aan Anne Frank, de Tweede Wereldoorlog of Israël. Joden zijn of een bijna uitgestorven groep of een vijand. Ik ga dan echter met de kinderen in gesprek en probeer te vertellen dat er Joden in alle soorten en maten zijn. Ook wijs ik ze erop dat veel van de Joodse gebruiken erg lijken op die van bijvoorbeeld de christenen of de moslims. Daarna zie je dat ze opener worden.

Dit merk je ook bij de lessen die ik voor Diversion ( een bureau voor maatschappelijke innovatie) geef voor het project Gelijk=gelijk?!. Hierbij ga je basisschoolklassen af met een Joodse, homoseksuele en islamitische jongere om te praten over discriminatie. In het begin merk je vaak dat de leerlingen verbaasd zijn dat je Joods bent. Het vijandsbeeld wat ze soms hebben meegekregen past niet bij het meisje wat voor hun neus staat. Ik probeer hierbij altijd een hele open houding te hebben en vragen te stimuleren. Er zijn geen gekke, beledigende of stomme vragen. Zo was er bijvoorbeeld eens een meisje dat vroeg of ze mijn hoorntjes mocht voelen omdat ze had gehoord dat alle Joden demonen waren. Hoewel je hier natuurlijk van schrikt, vind ik het wel heel fijn dat leerlingen zich bij mij zo veilig voelen dat ze dit kunnen vragen. Liever dat ze zoiets vragen dan dat ze nog steeds met twijfels of vooroordelen naar huis gaan.

Als ik aan het einde van zo een dag als feedback van de kinderen krijg “ ik had nog nooit een jood ontmoet maar nu vind ik u lief” dan is dat een goede dag. Een goede verhouding met de ander krijg je niet door dwang of geweld maar door elkaar te leren kennen. Bekend maakt bemind!

Trialoogweekend

Afgelopen weekend was ik begeleider bij het trialoogweekend in het dominicanenklooster in Huissen. Het doel  van dit weekend was om met Joodse, christelijke en islamitische vrouwen samen te komen en teksten te bestuderen onder het thema volharding. De organisatie had elk voor zich een stuk van hun eigen heilige boeken voorbereid om samen met de groep te bestuderen. We hadden afgesproken om ons vooral te concentreren op de rol van Hagar/Hajar binnen de verschillende tradities.

De sfeer van het weekend was erg goed. We hadden van tevoren afgesproken om politiek zoveel mogelijk buiten de beschouwing te laten, vooral ook omdat de verhoudingen ( 1 Joodse, 6 moslima’s en 10 christenen)  niet helemaal evenwichtig waren. Toch was het erg fijn dat verschillende islamitische vrouwen naar mij toekwamen om aan te geven dat hoewel we waarschijnlijk van mening verschilden als het ging over Israël, ze dat goed konden loskoppelen van hun gedachten over Joden.

Hoewel het weekend erg vermoeiend was gaf het ook veel energie. Iedereen was erg open, stelde veel vragen en moedigde erg aan dat ik de joodse rituelen voordeed. Ook waren ze erg enthousiast over de door mij begeleide manier van leren: het Lernen. Hierbij ga je in tweetallen heel diep in op een tekst. Je bestudeert hierbij echt alle punten en komma’s en bekijkt hoe je een woord nog meer kan interpreteren. Overigens bestaat  hierbij geen goed of fout. Het gaat erom dat je het goed kan beargumenten. Na ongeveer een half uur studie ga je vervolgens de tekst plenair bespreken. We hebben alle teksten op deze manier bestudeerd.

trialoogweekend

Afgelopen maandag werden we gevraagd om het weekend nog eens op de radio te komen bespreken bij het programma Dichtbij Nederland. Ik heb hierbij met de islamitische Anne Dijk en de christelijke Wilma Blaak verteld over hoe mooi het was om op zo een open manier bezig te zijn met de teksten. U kunt dit naluisteren.

Al met al dus een zeer inspirerend weekend. Ik kijk uit naar de volgende! Hopelijk wel met een wat evenwichtigere samenstelling.